Een nieuw museum, volledig gewijd aan grafische kunsten in Antwerpen!

Museum De Reede ligt aan de Scheldekaaien, tegenover het Steen en is een privé-initiatief van kunstverzamelaar Harry Rutten. Die wil zijn uit de hand gelopen hobby met het grote publiek delen. Rutten bouwde de voorbije 35 jaar een grafiek-collectie uit van maar liefst 250 stuks, waaronder werk van Munch, Goya en Bervoets.  Een echte aanrader in een nieuw pand, speciaal verbouwd tot een volwaardig museum. Jonger dan 13 gratis toegang, anderen tussen 3 en 8 euro. museum De Reede Antwerpen

Francisco Goya – 22 – Disparate puntual

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Alarmerend weinig diversiteit onder Vlaamse leerkrachten

Geplaatst in cultuur, onderwijs, Uncategorized | Een reactie plaatsen

Danielle Dierckx en Marc Swyngedouw, twee sociologen, schrijven boek vol inspiratie voor het Antwerpen van de toekomst!

Deze sociologen schrijven boek vol inspiratie voor het Antwerpen van de toekomst
Danielle Dierckx is professor sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, onderzoeksleider bij OASeS en voormalig directeur van het Vlaams Armoedesteunpunt. Haar expertise situeert zich op het vlak van stedelijk en sociaal beleid. Marc Swyngedouw is politiek socioloog aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven. Hij is gewezen voorzitter van de vzw Stad aan de Stroom en van de Culturele Raad van de stad Antwerpen. Foto: Jan Van der Perre

ANTWERPEN –Een boek vol inspiratie voor het Antwerpen van de toekomst. Dat is de ambitie van Onze stad, een nieuw boek dat vanaf vandaag voor debat moet zorgen. Uw krant doet als eerste een greep uit de trommel met ideeën.

“We zijn vertrokken van de grote noden van de stad”, zeggen de sociologen Danielle Dierckx (Universiteit Antwerpen) en Marc Swyngedouw (KU Leuven). “In veertien thematische hoofdstukken brengen deskundigen uit verschillende disciplines telkens het probleem in kaart en beschrijven ze inspirerende oplossingen. Die leveren heel veel stof voor een publiek debat en hopelijk ook voor een positief toekomstproject.”

Het resultaat is een boek dat vanaf vandaag in de handel verkrijgbaar is en dat u ook gratis kunt downloaden.

EEN STAD VOL RUWE DIAMANTEN

Wat is het probleem?

“Op sociaal vlak vertoont Antwerpen werkelijk hallucinante cijfers”, zeggen de samenstellers. “De laatste vijf jaar zijn er 10.000 kinderen geboren in armoede. In het lager onderwijs haalt een aanzienlijk deel van de leerlingen de normen voor lezen, schrijven en rekenen niet. In het secundair onderwijs hebben in tien jaar tijd 14.000 jongeren de school verlaten zonder een diploma. Dat zijn evenveel inwoners als die van het stadsdeel tussen de Turnhoutsebaan en de Plantin en Moretuslei tot aan de Provinciestraat. Er zijn wijken waar 70% van de jongeren ongekwalificeerd is.”

“De werkloosheid is twee keer zo groot als het Vlaamse gemiddelde. Antwerpen telt 35.000 werklozen. Ook dat probleem treft vooral jongeren, waarvan er zelfs 7.000 helemaal van de radar zijn verdwenen. Die dwalen als een verloren groep door de stad.”

Wat kan er worden gedaan?

“Antwerpen is een stad met heel veel jongeren, een stad die niet veroudert en een grote aantrekkingskracht heeft”, zegt Swyngedouw. “Het is ook een zeer diverse stad met mensen die wortels hebben in 175 landen, maar waarvan 80% de Belgische nationaliteit bezit. Als je erin slaagt om die mensen te mobiliseren, dan werk je in de eeuw van de verstedelijking aan de stad van de toekomst.”

“Op dit moment laten we veel te veel ruwe diamanten liggen. Terwijl het wel degelijk mogelijk blijkt om de ongekwalificeerde uitstroom uit het onderwijs om te draaien. Dat bewijzen de voorbeelden van New York, Londen en Toronto. In die laatste stad werd eerst met de scholen van alle netten een globaal plan met heldere doelstellingen gemaakt. Door allerlei projecten, coaches en beurzen voor de leerlingen moet het in de evaluatie van de scholen elk jaar beter gaan. En blijkt een school na jaren niet te voldoen? Dan beginnen ze met een nieuwe school in hetzelfde gebouw.”

“Ook in ons land is inspiratie te vinden. In Leuven worden duizend kinderen begeleid in een buddy-systeem. In Antwerpen zijn er soortgelijke projecten in het secundair onderwijs, maar voor de lagere scholen is er niets.”

“Voor zulke investeringen in de toekomst is geld nodig, al kosten de buddy’s in Leuven niet veel. Bovendien is het een kwestie van keuzes maken. Nu investeert de stad Antwerpen 1 miljoen euro in het project van de Children’s Zone, dat nochtans in Rotterdam nauwelijks zoden aan de dijk heeft gezet.”

“Er moeten ook doelgerichte investeringen in kinderopvang komen”, zegt Dierckx. “Onderzoek heeft bewezen dat kinderopvang een zeer positieve impact heeft op de ontwikkeling. Je wil geen achterstand creëren vanaf de geboorte. Maar in Antwerpen blijft het tekort aan opvang vooral in de zwakste wijken bestaan – Antwerpen-Noord, Borgerhout, Merksem, Hoboken, Kiel – terwijl het daar het meeste nodig is. ”

“In Oostende en Genk lopen succesvolle programma’s waarbij laagopgeleide Marokkaanse moeders in crèches worden ingezet. Dat is ook een goed idee voor Antwerpen.”

BETAALBAAR WONEN VOOR IEDEREEN, KAN DAT?

Wat is het probleem?

“De Antwerpse bevolking groeit zo snel dat er tegen 2030 maar liefst 30.000 nieuwe woningen nodig zijn. Bovendien drijft die groei de prijzen omhoog, waardoor er een groot tekort is aan betaalbare woningen en er een zwart circuit bestaat waarin huisjesmelkers floreren.”

Wat kan er worden gedaan?

“Er moeten meer sociale woningen bijkomen”, vinden de samenstellers van Onze stad. “Daarnaast wordt er in Antwerpen nu al voorzichtig geëxperimenteerd met co-housing, het systeem waarbij verscheidene gezinnen een deel van de woonruimte delen. In een stad met 40% eenpersoonsgezinnen moet je het beleid daarop afstemmen. Dat geldt trouwens niet alleen voor het woonbeleid. Je hebt bijvoorbeeld ook specifieke maatregelen nodig om alleenstaande vrouwen met kinderen te ondersteunen.”

“Om iedereen te helpen aan een leefbare en betaalbare woning met voldoende groen en alle nodige faciliteiten in de buurt, moet je ook buiten de stadsgrenzen kijken en samen met omliggende gemeenten werken aan een stadsregionale aanpak.”

“Bovendien moet de overheid ervoor zorgen dat de schaarste aan betaalbare woningen er niet toe leidt dat de zwakkeren in handen vallen van huisjesmelkers of uit de stad worden weggejaagd. New York heeft daarvoor sinds kort het Mandatory Inclusionary Housing Program, dat voor elke nieuwe projectontwikkeling de stad verplicht om ook goedkopere woningen op te nemen. Enkele Europese steden zoals Stockholm, Boedapest, Wenen en Bologna werken met vergelijkbare methodes.”

Moet de overheid daarbij streven naar een sociale mix of juist niet? “Dat verschilt van wijk tot wijk”, vinden de sociologen. “In een stadsdeel zoals Antwerpen-Noord zijn er dringendere prioriteiten, zoals het verdringen van de huisjesmelkerij en het bevorderen van een gezonde huurmarkt. Dat vergt een gespecialiseerde aanpak.”

“Uit onderzoek is gebleken dat de stress die wordt veroorzaakt door de woonomgeving verschilt van buurt tot buurt. In Antwerpen is die het grootst in Noord, op Linkeroever en Luchtbal. Daar moet je als stadsbestuur op inspelen met de stadsontwikkeling en een specifieke aanpak.”

“Over het algemeen is een betere sociale mix wel nodig, want Antwerpen en andere Belgische steden behoren tot de meest gesegregeerde van Europa. Maar je moet wel weten wat je doet. In Amsterdam is een project voor nieuwe sociale koopwoningen in de Bijlmermeer totaal mislukt omdat niemand er wilde gaan wonen.”

IDEEËN VOOR EEN DUURZAME METROPOOL

Wat is het probleem?

“Volgens de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, red.) bedraagt de economische kost van de vervuiling in België 17,7 miljard euro per jaar. Steden verbruiken 75% van de totale hoeveelheid energie en ze produceren 75% van de broeikasgassen. Antwerpen scoort slecht, ook al doet de stad inspanningen.”

Wat kan er worden gedaan?

“Er moet meer werk worden gemaakt van de circulaire economie, waarin materialen aan het einde van de cyclus worden omgezet in bruikbare stoffen.”

“Een sprekend voorbeeld voor Antwerpen is de haven. Die komt altijd in het vizier als het over mobiliteit gaat, maar te weinig op het gebied van energie. Als je de warmte opvangt die de haven produceert, dan kun je daarmee 1 miljoen woningen verwarmen. Maar dan moeten de stad en het Havenbedrijf bereid zijn om de schotten tussen de bedrijven en de bestuursniveaus te overbruggen en de regie te voeren.”

“Een ander mooi voorstel in ons boek is om voor de oprichting van coöperatieven te beleggen in duurzaamheid. Antwerpen loopt achter, slechts 46% van de woningen is energiezuinig. Maar energiebesparende maatregelen zoals renovaties van woningen kosten geld, terwijl de rente op spaargeld nu nauwelijks iets oplevert. Dat geld zouden de Antwerpenaars kunnen beleggen in coöperatieven die investeren in energiebesparende projecten of in een zonnepark in de haven.”

STAD EN INWONERS ALS VOLWAARDIGE PARTNERS

Wat is het probleem?

“Antwerpen wordt gekenmerkt door een grote dynamiek en veel ondernemerschap bij de bewoners, maar daar wordt te weinig mee gedaan”, vinden Danielle Dierckx en Marc Swyngedouw. “Ook op dat vlak kan en moet het stadsbestuur meer de rol van regisseur opnemen. Een goede regisseur haalt het beste uit zijn spelers.”

Wat kan er worden gedaan?

“Dit boek heet niet voor niets Onze stad. De rode draad is dat we samen aan die stad moeten werken. Vertrouwen is het sleutelwoord. Vertrouwen in bewoners die hun kennis, creativiteit en engagement in dienst willen stellen van de gemeenschap. Die bewoners moeten worden beschouwd als volwaardige partners.”

“In het boek beschrijft Manu Claeys van de burgerbeweging stRaten-generaal, die deze week nog in het nieuws was met het akkoord over Oosterweel, interessante voorbeelden van burgerparticipatie. Zoals een baanbrekend programma in de Amerikaanse stad Minneapolis, waar de inwoners in overleg met de stad en de staat Minnesota prioriteiten bepalen, budgetten toekennen en de uitvoering bewaken in 81 wijken. De overheid kent daarvoor elk jaar 15 miljoen euro toe.”

En zo beschrijft Onze stad nog veel meer mogelijke hefbomen waardoor Antwerpen nog meer “een stad van stijgers” kan zijn. Ook op andere domeinen zoals mobiliteit, arbeidsmarkt, gezondheidszorg, vergrijzing en cultuur.

“Ondanks de problemen is het een stad waar het goed is om te leven”, vinden de samenstellers. “Maar de zwakkeren vallen te vaak uit de boot, het beleid wordt te veel afgestemd op de happy few. Dat kan beter.”

“Dit boek gaat over politiek, want het bevat voorstellen voor een progressief beleid. Maar het is geen partijpolitiek. We zouden met veel plezier zien dat het huidige stadsbestuur erop ingaat. Maar de keuze om het sociaal beleid te commercialiseren, vinden wij gevaarlijk. Ook al omdat het een motie van wantrouwen is tegen het sterke middenveld, waar heel veel ervaring en expertise aanwezig is. Wie kan zo garanderen dat er straks nog wel een goed gecoördineerd sociaal beleid is?”

Onze stad – Inspiratie voor de stad van morgen, uitgeverij Acco, 224 blz., 15 euro via www.acco.be. Gratis via www.planvoora.be/onzestad

Geplaatst in cultuur, gezondheid, onderwijs, Uncategorized, zorg | Een reactie plaatsen

Knack: Sandrine Ekofo: “Onderwijsbeleid moet focussen op ondersteuning van kwetsbare ouders.”

‘Als er zich in het onderwijs een probleem stelt, moet een beleid uitgewerkt worden dat kwetsbare ouders ondersteunt in de schoolbegeleiding van hun kinderen’, schrijft Sandrine Ekofo. Zij vraagt ook aandacht voor de vele succesverhalen bij allochtonen van de tweede generatie.

'In plaats van te polariseren, moet beleid focussen op ondersteuning voor kwetsbare ouders'

© Belga Image

Onze vereniging Kilalo begeleidt en inspireert sinds 2013 jongeren van Afrikaanse afkomst op het gebied van onderwijs, cultuur en vrijetijdsbesteding. Ouders met een taalbarrière of met onvoldoende kennis van het Vlaams onderwijssysteem vertrouwen hun kinderen aan onze organisatie toe.

Als voorzitter stel ik vast dat deze ouders wel betrokken zijn bij het schoolparcours van hun kinderen. Een belangrijk deel van onze werking is de huiswerkbegeleiding. Elke woensdag en zaterdag brengen een 40-tal ouders afkomstig uit Afrika hun kinderen naar de huiswerkklassen.

Iedere keer opnieuw zie ik dat ouders, ondanks hun gebreken, proberen oplossingen te vinden. Wanneer ze zelf niet in staat zijn om hun kinderen te begeleiden, zoeken ze een persoon of een organisatie zoals Kilalo die dat wel in hun plaats kan doen.

Delen

In plaats van te polariseren, moet beleid focussen op ondersteuning voor kwetsbare ouders.

Vlaams minister van onderwijs Hilde Crevits verklaarde met weinig nuance dat de tweede generatie allochtonen amper vooruitgang boekt in vergelijking met de eerste generatie. Zoals andere politici heeft zij veel te weinig aandacht voor de succesverhalen bij die tweede generatie. Deze verhalen zijn ongekend en onzichtbaar in de media maar daarom niet onbestaande. Nochtans zijn ze cruciaal in het stimuleren van jongeren én ouders van allochtone afkomst.

Succesverhalen zijn geen uitzonderingen meer in Vlaanderen. In het bestuur van Kilalo zetelen hoogopgeleide jongeren van Afrikaanse afkomst. Juristen, maatschappelijk werkers, leerlingenbegeleiders, IT-analisten, provincieraadsleden. Jawel, deze jongeren behoren allemaal tot de tweede generatie!

De vrijwilligers in onze organisatie zijn vooral hoogopgeleide jongeren uit de tweede generatie. De jongeren die zij begeleiden spreken thuis een andere taal dan het Nederlands en toch zijn ze perfect tweetalig.

De recente uitspraken creëren een negatieve sfeer rond ‘allochtonen’. Een minister van onderwijs mag niet met een beschuldigende vinger wijzen naar ouders uit bepaalde bevolkingsgroepen. Indien zich werkelijk een probleem stelt, moet een beleid uitgewerkt worden dat kwetsbare ouders ondersteunt in de schoolbegeleiding van hun kinderen. Politici die daar aan willen werken doen dat beter met verbindende taal in plaats van met polariserende uitspraken.

Vertrouwen en betrokkenheid

Naast ondersteuning is het belangrijk om te werken aan vertrouwen en betrokkenheid tussen ouders en scholen. Zo zouden scholen meer expertise moeten opbouwen in het omgaan met leerlingen en ouders met een andere culture achtergrond.

Ik ervaar dat de sociale klasse, meer dan afkomst, een invloed heeft op de betrokkenheid van ouders. Scholen bereiken vooral ouders uit de sociale midden- en hogere klasse. De redenen hiervoor zijn zeer uiteenlopend. Daarom is het problematisch als enkel de afkomst van de ouders belicht wordt in plaats van de complexiteit van het probleem te bestuderen en daadkrachtige beleidsmaatregelen te nemen.

Ik ontken niet dat er problemen zijn. Maar het is belangrijk dat alle betrokken partijen samen oplossingsgericht kijken naar die problemen. De ontwikkeling van een kind is een gedeelde verantwoordelijkheid van ouders, scholen en beleidsmakers. Bij problemen mag de verantwoordelijkheid niet bij één groep gelegd worden.

‘Allochtone’ ouders stigmatiseren is niet de oplossing. Wat de Vlaamse regering moet doen is werk maken van een grondige hervorming van het onderwijssysteem en problemen zoals het gebrek aan diversiteit in het lerarenkorps en het watervalsysteem aan te pakken.

Ik nodig minister Crevits uit om een kijkje te komen nemen in onze huiswerkklassen voor Afrikaanse kinderen. Ze zal zien dat de ouders hun best doen om hun kinderen een betere toekomst te geven, maar vaak geconfronteerd worden met problemen waar onze politici geen antwoord op bieden.

Lees meer over:

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Peer mediation of leerlingenbemiddeling als een goede manier van pestpreventie!

Van 17 tot 24 februari 2017 kiest heel Vlaanderen opnieuw kleur tegen pesten. De Vlaamse Week tegen Pesten wordt jaarlijks georganiseerd en roept kinderen, leraren, scholen en jeugdbewegingen op om samen pesten een halt toe te roepen. Vorig schooljaar schoof minister van Onderwijs Hilde Crevits peer mediation of leerlingenbemiddeling naar voor als een goede manier van pestpreventie. Dit is een methode waarbij kinderen en jongeren na een opleiding zelf leren conflicten aan te pakken.

Ondertussen resulteerde het initiatief van de minister in de publicatie ‘Werken aan een verbindend schoolklimaat’. In deze publicatie voor scholen gaat veel aandacht naar peer mediation.

In deze ouderwijs lichten we voor ouders toe wat peer mediation inhoudt. We geven ook aan welke rol de ouderwerking kan spelen.

Het VCOV-team

1. Wat is peer mediation?
2. In welke situaties wordt peer mediation toegepast?
3. Wat is het effect van peer mediation?
4. Peer mediation als oplossing tegen pesten?
5. Hoe kan de ouderwerking een rol spelen?
6. Meer info

1. Wat is peer mediation?

Kinderen en jongeren kunnen sneller conflicten oplossen dan volwassenen. Ze bespreken hun ruzies liever met leeftijdsgenoten (in het Engels ‘peer’) dan met leraren.

Peer mediation is een methode waarbij neutrale, opgeleide leerlingen als bemiddelaar tussenbeide komen bij conflicten van leeftijdsgenoten. De bemiddelaars zijn geen scheidsrechters. Zij brengen de communicatie tussen de ruziënde leerlingen terug op gang en laten hen zo zelf oplossingen zoeken en tot een overeenkomst komen. Einddoel is het bereiken van een oplossing die beide partijen accepteren.

Een lid van het schoolteam weegt af of peer mediation raadzaam is voor een specifiek conflict. Alle partijen nemen uit vrije wil deel. Het kan niet verplicht of opgelegd worden.

De bemiddelaars treden altijd met 2 op bij een conflict. Zo kunnen ze elkaar steunen, bijsturen, aanvullen… tijdens de gesprekken en krijgt partijdigheid minder kans.

Schoolteams kunnen peer mediation inschakelen om conflicten op te vangen in het basis- en het secundair onderwijs. Vanaf de leeftijd van 9 jaar kunnen leerlingen opgeleid worden als leerlingenbemiddelaar. Hiervoor volgen ze (op initiatief van de school) een opleiding bij een externe organisatie of op de school zelf. Deze opleiding vraagt wel een investering van de school, zowel naar tijd als financiën.

Doorgaans zijn het leerlingen van het 6e leerjaar basisonderwijs die op school bemiddelen. In het secundair onderwijs zijn het bijv. leerlingen van de 3e graad die als bemiddelaar optreden bij conflicten in de 1e graad.

2. In welke situaties wordt peer mediation toegepast?

In elke conflictsituatie moet afgewogen worden of peer mediation geschikt is. Elke situatie is anders, maar toch zijn er enkele conflicten die over het algemeen in aanmerking komen voor peer mediation:

• Conflicten over vriendschappen
• Beledigingen en roddels
• Vooroordelen
• Korte uitsluitingen bij een spel of bij het uitvoeren van een taak
• Akkefietjes tijdens het spelen
• Misverstanden of grappen die uit de hand lopen
• Afgepakte of niet-teruggegeven geleende spullen
• Het niet nakomen van afspraken
• Plagerijen

Peer mediation is géén goede methode bij:

• Geweld
• Ernstig pestgedrag
• Strafbare feiten
• Als een volwassene betrokken partij is (bijv. een leraar)

3. Wat is het effect van peer mediation? 

Peer mediation zorgt voor minder conflicten op school. Het is een methodiek met een direct en indirect effect op het welbevinden van leerlingen.

3.1 Direct effect

§  Kinderen en jongeren leren hoe ze hun conflicten via wederzijds overleg op een sociaal aanvaardbare manier kunnen oplossen. Want als conflicten niet meer uit de hand lopen, krijgen ze geen kans om de sfeer te verzieken. Niemand wordt uitgesloten, leerlingen én leraren voelen zich prettiger en de schoolresultaten gaan erop vooruit. Peer mediation bewijst dat – tenminste binnen schoolmuren – conflicten ook op een vreedzame en respectvolle manier kunnen worden beslecht.

§  Zoeken naar een oplossing waarin iedereen zich kan vinden, vraagt van leerlingen dat ze luisteren naar elkaar, empathie opbrengen voor de positie van de ander, ideeën uitwisselen en een gedeeld plan uittekenen.

§  Leerlingen ontwikkelen via peer mediation een reeks vaardigheden die ze goed kunnen gebruiken – ook buiten conflictsituaties en buiten de school. Ze leren hun gevoelens correct te verwoorden, respectvol te luisteren, een situatie objectief te analyseren, kritisch te denken en naar oplossingen te zoeken.

3.2 Indirect effect

§  Als kinderen en jongeren beschikken over manieren om conflicten niet uit te weg te gaan en ook niet te laten escaleren, dan staan ze assertiever en met meer zelfvertrouwen in het leven.

§  Omdat peer mediation dwingt tot het oplossen van problemen via dialoog, draagt het onrechtstreeks ook bij tot het doorbreken van stereotypen. Kinderen en jongeren die leren om elkaars gevoelens en beweegredenen te doorgronden, zijn toleranter voor elkaars verschillen. In scholen die steeds diverser worden, is dat een belangrijke troef.

4. Peer mediation als oplossing tegen pesten?

Peer mediation is een methodiek om op te treden bij ruzies of conflicten. Het is een vorm van conflictoplossing, geen aanpak van (ernstig) pestgedrag. Het is wel een onderdeel in het beleid van de school tegen pesten als preventief hulpmiddel. Het past in een geheel van maatregelen om een positief schoolklimaat te creëren. Een voorbeeld van een antipestprogramma is KIVA.

Ook al is peer mediation geen pasklaar antwoord op pestsituaties, toch speelt peer mediation wel een rol in het voorkomen van pesten: soms escaleert een onschuldige ruzie of ontaardt een klein misverstand in pesterijen. Om dat te vermijden, is het goed dat het conflict meteen ontmijnd wordt.

5. Hoe kan de ouderwerking een rol spelen?

Zowel voor oudercomités als ouderraden zien we een aantal mogelijkheden om een rol te vervullen in verband met peer mediation, wetende dat enkel een ouderraad officiële bevoegdheden heeft in het schoolbeleid.

§  Een ouderraad kan zowel op eigen initiatief als op vraag van de schoolraad, advies uitbrengen over het welzijnsbeleid van de school. Het al dan niet toepassen van peer mediation is een beslissing van de school die moet passen in het schoolbeleid, maar de ouderraad kan de methodiek wel onder de aandacht brengen.

§  Ook het nascholingsbeleid is een thema waar de ouderraad advies over kan uitbrengen. De ouderraad kan suggereren om nascholingen rond pesten of sociale vaardigheden in te plannen. Ook hier verwijzen we naar het schoolbeleid want nascholing vraagt steeds opvolging binnen een kader.

§  Indien de school beslist peer mediation in te voegen, kan de ouderwerking helpen bij het informeren van alle ouders. Dit kan via een infoavond, een flyer, bericht in de schoolkrant…

§  Eén of meerdere ouders kunnen deel uitmaken van een werkgroep op school rond peer mediation en bijv. helpen bij een enquête rond welbevinden.

§  De ouderwerking heeft een signaalfunctie naar de school: wat leeft er onder de ouders? Waar liggen ouders wakker van? Wat gaat er goed? Wat kan beter?

§  De ouderwerking kan peer mediation, en ruimer de preventie van pesten, agenderen op een vergadering. De school kan gevraagd worden om toelichting te geven bij dit aspect van het welzijnsbeleid. Benadruk zeker de constructieve bedoeling: het is een vraag naar toelichting en niet naar verantwoording.

§  Zoek samenwerking met de leerlingenraad. Breng het project ‘de Conflixers’ van VSK, de Vlaamse Scholierenkoepel, onder de aandacht. Indien er reeds ‘conflixers’ op school actief zijn, kan de ouderwerking mee nadenken over hoe de ouders hierover geïnformeerd worden en betrokken.

§  Het is belangrijk dat het gedachtegoed ondersteund wordt door de ouderwerking. Een breed gedragen visie heeft meer kans op slagen!

§  Tot slot: geef als ouderwerking het goede voorbeeld en duid een ouder aan die instaat voor ‘een goede sfeer’ in de ouderwerking. Eventueel kan die ouder bij onderlinge geschillen optreden als contactpersoon of bemiddelaar.

6. Meer info

§  ‘Werken aan een verbindend schoolklimaat’, brochure van het Departement Onderwijs en Vorming

§  ‘Kies voor Peer Mediation’, brochure van Pax Christi

§  De Conflixers, een project van de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK) over peer-support op school

§  Organisaties die leerlingen en leraren ondersteuning en vorming bieden op vlak van peer mediation

§  ‘Pesten voorkomen op school’, uitgever Bakermat/Tumult

§  ‘Pesten en geweld op school: handreiking voor een daadkrachtig schoolbeleid’, publicatie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming geschreven door Gie Deboutte

§  ‘Maak van je school een Goedgevoel school!?’, School zonder pesten

VCOV – Interleuvenlaan 15a – 3001 Leuven – België
T:016 388 100 – F:016 408 670
www.vcov.beinfo@vcov.be

img_20160430_152949

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Plein van Mariaburg verliest zijn bomen!

Vanaf maandag 14/11/2016 gaat het district alle Japanse kerselaren kappen op het Van De Weyngaertplein in Mariaburg Ekeren. De bewoners hebben een brief ontvangen dat er een nieuwe riolering komt in 2018. Waarom nu al? En dan tot 2018 zonder bomen? We zullen de mooie bloesems missen! Dan één dag later op dinsdag 15/11/2016 is het ‘Ekeren luistert’ in de parochiezaal. Maar echte inspraak hebben we dus tot mijn vaststelling niet!
Wij willen de bomen behouden tot aan de heraanleg in 2018?

Zoals iemand of Facebook liet weten:  Dat zou inderdaad mooi zijn! Nog 1x “confetti” van de bloesems zoals mijn dochtertje het beschrijft.

vdweyngaertplein-bomenDe Japanse kerselaars op het Van de Weyngaertplein in Mariaburg Ekeren. Zijnde de Prunus serrulata ‘Kanzan’ en die moet zeker blijven tot eind 2017. Daarna, na de werken aan de riolering, wensen wij terug mooie bloesembomen.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Onderwijs: Hoe begin je aan co-teaching?

Uit Klasse van 27 juni 2016: Met co-teaching bied je leerlingen met speciale leernoden meer kansen. Maar hoe werkt dat precies, 2 leraren voor de klas? Alles begint met een goede planning en duidelijke afspraken.

Wat is co-teaching?

Bij co-teaching werken 2 leraren als gelijkwaardige partners in 1 klaslokaal. Ze zijn samen verantwoordelijk om zo veel mogelijk leerlingen de doelstellingen van een les of een lessenpakket te laten halen.

Zo begin je eraan

Stap 1: Leer je partner kennen

Een sterke band met je partner is essentieel. Kies iemand bij wie je een goed gevoel hebt. Krijg je een partner toegewezen met wie het niet klikt? Aarzel dan niet om dat te melden. Leerlingen voelen namelijk erg goed aan wanneer er spanning is tussen 2 leraren.

Stap 2: Bespreek je lerarenstijl

Jullie gaan samen een klas leiden. Dan moet je van elkaar weten hoe je lesgeeft en wat je belangrijk vindt. Misschien kan je een paar lessen van je partner observeren?

Stap 3: Analyseer je eigen lerarengedrag

Dit is een moeilijke stap. Noteer je sterke en minder sterke punten als leraar. Vergelijk elkaars lijstje en probeer zo beide rollen in de klas te definiëren. Confronterend. Maar vergeet niet: in een goed team komen de sterktes van elke speler tot hun recht.

Stap 4: Bereid de lessen samen voor

Gebruik niet zomaar de lesvoorbereiding van 1 van de 2 partners. Vertrek van het beschikbare materiaal en maak een nieuw lesplan. Op die manier ben je samen auteur en beiden verantwoordelijk voor het welslagen van de les.

Stap 5: Expliciteer de doelen van elke les

Je werkt samen zodat zo veel mogelijk leerlingen de doelstellingen behalen. Bepaal daarom voor elke les wat je wil bereiken. Bekijk ook op welke manier je dit voor de verschillende leerlingen gaat doen.

Stap 6: Blijf praten

Neem de tijd om je visie en verwachtingen te bespreken. Zijn jullie even tolerant tegenover geroezemoes? Hoe ga je om met leerlingen die zich niet aan de regels houden? Op welke manier wil je de prestaties beoordelen?

Blijf ook praten tijdens het hele traject. Wees niet bang om je partner opmerkingen te geven of om eerder gemaakte afspraken in vraag te stellen. Blijf vooral niet zitten met ergernissen, want die zullen de kracht uit je samenwerking halen.

Stap 7: Experimenteer op je eigen tempo

Bij co-teaching creëer je een veilige leeromgeving voor de leerlingen, maar ook voor elkaar. Je kan volop experimenteren met nieuwigheden: werkvormen, differentiëren, verschillende output per leerling … Ga daarbij niet overhaast te werk. Bepaal samen wat haalbaar is en hoe ver je wil gaan.

Meer uit de Bronnen: het voormalige Steunpunt GOK en CEGO:
Wat is co- teaching – Steunpunt GOK

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen